Reglement

logo_michaelReglement voor het beheer van de Begraafplaatsen van R.K. Begraafplaatsen H. Michaël te Weerselo – Rossum – Deurningen – Saasveld

 

 

I – Algemene Bepalingen

Begripsaanduidingen

Artikel 1

In dit Reglement wordt verstaan onder:

  1. bestuur: het bestuur van de kerkelijke instelling R.-K. begraafplaatsen H. Michaël te Weerselo, Rossum, Deurningen en Saasveld.
  2. begraafplaats: het terrein bestemd voor het begraven van overledenen en voor het begraven of bijzetten van asbussen van overledenen, gelegen te Weerselo, Legtenbergerstraat 2, te Rossum, Thijplein 3, te Deurningen, St. Plechelmusplein 5
    en te Saasveld, Hoflaan 14.
  3. beheerder: degene die door het bestuur is belast met de dagelijkse leiding en het beheer van de begraafplaats.
  4. eigen (urnen-)graf: een ruimte op de begraafplaats, bestemd voor het begraven van een of meer overledenen of hun asbussen, waarvan het uitsluitend recht voor de duur van 20 jaar is verleend aan één rechthebbende volgens de voorwaarden van dit reglement, welk recht kan worden verlengd.
  5. rechthebbende: de meerderjarige persoon aan wie het recht op een eigen (urnen-) graf is verleend.
  6. grafrecht: het recht op een eigen (urnen-) graf voor twintig jaar; het recht op bewaring van een asbus in de urnen bewaarplaats voor twintig jaar.
  7. bijzetting: 
    • het begraven van een overledene in een graf waarin reeds een overledene is begraven;
    • het begraven van een asbus/urn in een graf waarin reeds een overledene of een asbus/urn is begraven;
    • het plaatsen van een urn op een graf, waarin reeds een overledene of een asbus/urn is begraven;
    • het plaatsen van een asbus/urn in een urnen bewaarplaats of columbarium.
  8. asbus: hermetisch afgesloten koker met de as van de overledene.
  9. urn: voorwerp waarin een of meer asbussen zijn opgeborgen. De bepalingen voor asbussen in dit Reglement gelden ook voor urnen.
  10. urnenbewaarplaats of columbarium: voorziening op de begraafplaats waarin asbussen of urnen in een onverbrekelijk afgesloten ruimte dan wel hecht aan de plaats van bijzetting verbonden worden opgeborgen.
  11. strooiveld: terrein dat bestemd is om permanent as te verstrooien.

Bestuur

Artikel 2

Het bestuur is gebonden aan de Algemene bepalingen voor kerkelijke rechtspersonen en katholieke kerkelijke rechtspersonen in de Rooms Katholieke Kerkprovincie in Nederland en terzake van het beheer van de begraafplaats bovendien aan dit Reglement.

Beheerder

Artikel 3

Het bestuur kan een van zijn leden of een andere persoon, in dit reglement te noemen de beheerder, belasten met de dagelijkse leiding en het beheer van de begraafplaats.

De beheerder is bevoegd om namens het bestuur opdrachten te verlenen, het beheer van de begraafplaats betreffende en om namens het bestuur grafrechten te verlenen.

Regelingen vóór een begraving

Artikel 4

  1. Voor de begraving dient aan de beheerder het verlof tot begraving of de bereidverklaring tot het bezorgen van de as te worden getoond.
  2. De voor de begraving en bewaring van een asbus noodzakelijke bescheiden, zoals de grafakte en de kwitantie van betaling van de verschuldigde rechten of een deugdelijk bewijs van begraving of bewaring van een asbus voor rekening van derden en de eventuele autorisatie van de rechthebbende moeten vóór de begraving c.q. bewaring aan de beheerder worden overgelegd.

Bevorderen van natuurlijke ontbinding

Artikel 4a

  1. Een lijk mag uitsluitend worden begraven in een kist of ander omhulsel, eventueel met gebruikmaking van een lijkhoes, die voldoen aan de in de volgende twee leden opgenomen eisen:
  2. Bij de vervaardiging van lijkkisten zijn voor de volgende onderdelen of bewerkingen de volgende kunststoffen of toepassingen van kunststoffen toegelaten:
    • Spaanplaat: Verlijmde houtspaanders/houtvezels. Het spaanplaat bevat niet meer dan 10 mg vrij of gemakkelijk vrij te maken formaldehyde per 100 gram plaatmateriaal. Gemeten met de fotometrische methode is dit 8 mg formaldehyde per 100 gram droog plaatmateriaal (normuitgave NEN-EN 120 uit 1991).
    • Lijm: Verwerkt in houtspaanplaat: ureumformaldehydelijm of isocyanaat-lijm; verwerkt in schottenlijm: ureumformaldehyde-lijm en/of PVAC-lijm; verwerkt in perslijm: PVAC lijm – polyvinylacetaat; verwerkt in constructielijm: PVAC lijm – polyvinylacetaat.
    • Lak: Nitrocelluloselak dan wel een combinatielak van nitrocellulose, alkydharsen, en – eventueel – polyesterharsen.
    • Handgrepen, sierschroeven en andere ornamenten: Handgrepen, ornamenten en accessoires van graf- en crematiekisten dienen uitgevoerd te worden in vergankelijk materiaal, dan wel van buitenaf verwijderd te kunnen worden.
    • Hoofdkussen of hoofdsteun: Zak van vergankelijk materiaal gevuld met houtkrullen of kartonnen hoofdsteun.
    • Binnenbekleding: Niet geïmpregneerd papier aan de binnenkant van de deksel en de wanden; katoen, zijde, rayon, of cellulose-acetaat dan wel een mengsel van genoemde stoffen, en wel zodat de stof van de binnenbekleding niet in één stuk over de bodem en wanden van de kist wordt gespreid, maar dat voor de bodem een los stuk stof wordt gebruikt.
    • Bodembedekking: Niet-geïmpregneerd papier op de bodem, al dan niet voorzien van een extra celstof onderlegger.
    • Print en kantenband: Basispapier op edelcellulosebasis met anorganische pigmenten.
    • Materiaal voor lijkhoezen dient aan de volgende eisen te voldoen:
      • Doorlaatbaarheid
        • Van water: gedurende zeven dagen voortdurend contact met water van 5°C en 20°C bij pH = 7,0 mag het materiaal niet meer dan 1 mg vloeibaar water per vierkante meter per uur doorlaten, gemeten volgens norm DIN 53122 of een vergelijkbare norm.
        • Van gas: na veertien dagen mag de doorlaatbaarheid voor gasvormig kooldioxide, gemeten volgens norm DIN 53122 of een vergelijkbare norm, niet minder zijn dan 150 ml per vierkante meter per uur en voor zuurstof niet minder dan 200 ml per vierkante meter per uur.
      • Mechanische eigenschappen
        • Treksterkte: de treksterkte van het materiaal en van de lasverbindingen mag niet minder bedragen dan 1 N per millimeter, gemeten volgens norm DIN 53455 of een vergelijkbare norm.
        • Vouwbestendigheid: als het materiaal wordt dubbelgevouwen en de vouw gedurende dertig minuten wordt belast bij een druk van 5 N per vierkante centimeter, mag het materiaal in de vouw geen scheur vertonen.
      • Vorm
        • Gedurende twee jaar opslag bij 20°C mag de krimp in de lengte- en breedterichting niet meer dan 10% bedragen, gemeten volgens norm ASTM: D 2732-83 of een vergelijkbare norm.
  3. Biologische afbreekbaarheid:Het materiaal van de lijkhoezen dient binnen 90 dagen voor meer dan 98% te worden afgebroken, gemeten volgens norm ASTM: D 5338-92 of een daarmee vergelijkbare norm. Daarnaast dienen uit de lijkhoezen, zowel bij de biologische afbraak als bijcrematie, geen schadelijke stoffen vrij te komen. Voor zware metalen (Pb, Cr, Ni, Cu, Cd, Zn) en gechloreerde koolwaterstoffen dient voldaan te worden aan de Duitse Bundesgütegemeinschaft-norm RAL GZ 251 of een daaraan gelijk te stellen norm.

    Voor de bepaling hiervan dient gebruik te worden gemaakt van de norm ASTM: D 5152-91 of een vergelijkbare norm.

  4. Andere omhulsels dan lijkkisten en lijkhoezen die op het doel van begraven of verbranden zijn afgestemd, zijn toegestaan bij begraven of verbranden mits zij voldoen aan de hierboven gestelde eisen van doorlatendheid voor lucht en biologische afbreekbaarheid voor zover deze omhulsels dan wel onderdelen daarvan niet verwijderd worden voorafgaand aan het begraven of verbranden.
  5. Het is verboden om in een kist of ander omhulsel voorwerpen of objecten bij te sluiten die niet tot de kist of de overledene behoren, anders dan kleine verteerbare grafgiften. De materialen die verwerkt zijn in de lijkkist, de lijkhoes en de kleding van de overledene dienen zoveel mogelijk van natuurlijk verteerbare aard te zijn. In geval van ernstige en gerechtvaardigde twijfel of de materialen aan deze eis voldoen, kan de beheerder een controle instellen. Blijken de gebruikte materialen niet aan de eis te voldoen dan kan begraving geweigerd worden.
  6. De rechthebbende is verantwoordelijk voor het naleven van de onder lid 1 tlm 3 vermelde voorschriften. Eventuele schade en/of kosten tengevolge van niet-naleving van deze voorschriften zullen op de rechthebbende worden verhaald.

De begraving van een overledene en de bewaring van een asbus

Artikel 5

  1. Een begraving of de bewaring van een asbus geschiedt op een dag en uur, met de beheerder tevoren overeen te komen en volgens aanwijzing van de beheerder. De begraafplaats is niet toegankelijk voor de lijkwagen of de volgwagens. De beheerder kan, uitsluitend voor mindervalide personen, uitzondering toestaan.
  2. De kist, dan wel het omhulsel en de asbus moeten zijn voorzien van een registratienummer, welk registratienummer moet worden opgenomen in het register van de overledenen.

Werkzaamheden op de begraafplaats

Artikel 6

  1. Het delven en dichten van graven, het openen van een graf, het opdelven van stoffelijke resten en het bijzetten van asbussen geschieden uitsluitend door het personeel van de begraafplaats of, in opdracht van het bestuur, door derden.
  2. Het bestuur geeft aan hen, die door de rechthebbenden zijn belast met de bouw, de aanleg of het onderhoud van de graftekens en/of beplantingen gelegenheid om hun werkzaamheden te verrichten op tijden dat de begraafplaats daarvoor geopend
    Zij volgen hierbij de aanwijzingen van de beheerder.
  3. Geen werkzaamheden mogen worden verricht op zon- en feestdagen en tijdens begravingen en diensten in de aula of kapel. Op zaterdagen mogen geen werkzaamheden door beroepskrachten worden verricht, in opdracht van rechthebbenden, maar is uitsluitend de grafverzorging door de nabestaanden toegelaten.
  4. Iedere dag dienen gereedschappen, afkomende materialen en hulpmaterialen te worden meegenomen of te worden geplaatst of gestort volgens aanwijzingen van de beheerder.

Bezoekers

Artikel 7

Het bestuur bepaalt de tijden, waarop de begraafplaats voor bezoekers toegankelijk is. De begraafplaats is voor auto’s en voor fietsen (al of niet met hulpmotor) gesloten. Honden worden alleen aangelijnd op de begraafplaats toegelaten. De beheerder kan voor mindervaliden uitzondering toestaan. Bezoekers worden verzocht luidruchtigheid te vermijden.

Voor het houden van dodenherdenkingen of de plechtige onthulling van een grafteken moet tevoren schriftelijke toestemming zijn verkregen van het bestuur.

Administratie

Artikel 8

  1. Het bestuur is verantwoordelijk voor het voeren van de administratie van de begraafplaats. De administratie bevat in ieder geval het wettelijk verplichte register van de overledenen met vermelding van hun registratienummer en aanduiding van de plaats op de begraafplaats waar zij begraven zijn, alsmede een dergelijk register van de bewaarde asbussen. Deze registers zijn openbaar. Daarnaast bestaat er het nabestaanden bestand grafrechten, waarin de namen en adressen van alle rechthebbenden worden geregistreerd.
  2. Het boekjaar van de begraafplaats loopt van 1 januari tot en met 31 december. Alle rechten, verleend in het eerste halfjaar worden geacht te zijn verleend per 1 januari daaraan voorafgaand. Alle rechten verleend in het tweede halfjaar worden geacht te zijn verleend per 1 januari daaropvolgend.

II – Het vestigen van het grafrecht

Schriftelijke overeenkomst

Artikel 9

  1. Een grafrecht wordt gevestigd door een schriftelijke overeenkomst met het bestuur, genaamd grafakte.
  2. Op de begraafplaats kunnen begraven worden:
    • zij die als parochiaan staan ingeschreven bij de geloofsgemeenschap en zij die met hem/haar gehuwd waren of die met een parochiaan duurzaam een huishouden vormden;
    • oud-parochianen die in een instelling voor gezondheidszorg verblijven en die voorheen tot de geloofsgemeenschap behoorden.
  3. Het bestuur kan van lid 2 in uitzonderlijke gevallen afwijken en toestaan dat anderen op de begraafplaats worden begraven.

Uitgifte van graven

Artikel 10

De graven van een gravenveld worden in volgorde, door de beheerder te bepalen, uitgegeven. Het is niet mogelijk een bepaalde grafruimte te reserveren, tenzij een recht wordt verworven als bedoeld in artikel 11.

Recht op eigen (urnen-)graf

Artikel 11

Het bestuur kan aan één meerderjarig persoon het uitsluitend recht verlenen om voor twintig jaren gebruik te maken van een bepaalde (urnen-) grafruimte, ten behoeve van hemzelf, de echtgenoot, geregistreerde partner of andere levenspartner, een bloed- of aanverwant tot en met de vierde graad, of een pleeg- of stiefkind. Dit recht wordt verleend onder de voorwaarden, in dit reglement gesteld of door het bestuur later te stellen. In ieder geval moet betaling op grond van artikel 39 van dit reglement zijn geschied en moet bij de rechtsverkrijging schriftelijk worden ingestemd met het ruimen van het graf (artikel 42) wanneer dit recht, door welke oorzaak dan ook, geëindigd is.

Adres rechthebbende

Artikel 12

De rechthebbende is verplicht zijn adres aan het bestuur op te geven, alsmede de wijziging van zijn adres.

Overlijden rechthebbende

Artikel 13

  1. Binnen 6 maanden na het overlijden van de rechthebbende dient het grafrecht na een daartoe strekkend verzoek van de erfgena(a)m(en) te worden overgeschreven op naam van de echtgenoot, een bloed- of aanverwant tot en met de vierde graad, of een pleeg- of stiefkind overeenkomstig artikel 14.
  2. Indien de rechthebbende is overleden en in het graf dient te worden begraven of zijn asbus dient te worden bijgezet, dient het verzoek tot overschrijving als bedoeld in lid 1 van dit artikel voorafgaand aan die begraving of bijzetting te worden gedaan.

Overdracht grafrecht

Artikel 14

  1. Een grafrecht kan worden overgedragen door overlegging aan het bestuur van een door de rechthebbende en de betrokken rechtsopvolger getekend bewijs van overdracht, met vermelding
    van de personalia en het adres van de rechtsopvolger.
  2. Overdracht aan een ander dan de echtgenoot, een bloed- of aanverwant tot en met de vierde graad of een, pleeg- of stief- kind van de rechthebbende is slechts mogelijk, indien daarvoor gewichtige redenen bestaan naar het oordeel van het bestuur.
  3. Een rechthebbende kan afstand doen van grafrechten, zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding. Afstand dient schriftelijk te geschieden.

Weigering tot begraving of bijzetting

Artikel 15

Het bestuur behoudt zich het recht voor, ook nadat grafrechten zijn verleend, om canonieke redenen begraving van een overledene en met name de bijzetting in een dubbel graf of een familiegraf te weigeren, onder teruggave van de reeds betaalde rechten, of alleen de begraving op een bepaald gedeelte van de begraafplaats toe te staan.

Ontbindende voorwaarden grafrechten

Artikel 16

Het bestuur verleent grafrechten uitdrukkelijk voor de tijd, gedurende welke het terreingedeelte, waarin zich de (urnen- )graven bevinden, tot de begraafplaats blijft behoren en voor de tijd dat de begraafplaats in exploitatie blijft.

Aan de toegekende grafrechten kan geen titel ontleend worden zich te verzetten tegen de bestemmingsverandering van (een gedeelte van) de begraafplaats of tegen de voorgenomen sluiting of gesloten verklaring van de begraafplaats.

III – Het verlengen van grafrechten

Schriftelijk informeren van de rechthebbende

Artikel 17

  1. Het bestuur zal uiterlijk één jaar voor het verstrijken van een termijn, waarvoor grafrechten zijn verleend en die kunnen worden verlengd, de rechthebbende schriftelijk attenderen op het aflopen van de grafrechten en de voorwaarden bekend maken, waaronder deze grafrechten kunnen worden verlengd voor een termijn van tien jaar.
  2. Indien het adres van de rechthebbende onjuist of onbekend is zal getracht worden het adres te achterhalen bij de desbetreffende afdeling van het gemeentehuis.
  3. Indien het adres van de rechthebbende niet ingevolge lid 2 kan worden achterhaald, dan zal bij het ontbreken van het adres het aflopen van de termijn door aanplakking worden meegedeeld bij het graf en bij de ingang van de begraafplaats. De mededeling blijft gedurende één jaar aangeplakt maar tenminste tot het einde van de termijn van het grafrecht.

Verzoek rechthebbende

Artikel 18

  1. Een rechthebbende kan binnen twee jaren voor de afloop van de termijn schriftelijk verlenging van zijn rechten aanvragen voor een aansluitende termijn van tien jaren.
  2. Het bestuur zal een aanvraag ingevolge lid 1 inwilligen, in zoverre van het recht tot begraven gebruik is gemaakt en geen bijzondere redenen, zoals de voorgenomen ruiming van een gravenveld, zich daartegen verzetten.

Voorwaarden voor verlenging

Artikel 19

  1. De verlenging van grafrechten wordt slechts verleend wanneer het onderhoud van het graf zich naar het oordeel van het bestuur niet bevindt in kennelijke staat van verwaarlozing en op de voorwaarden geldend op het tijdstip waarop de verlenging ingaat en volgens de dan geldende tarieven.
  2. het bestuur behoudt zich het recht voor de grafrechten, in zoverre geen gebruik tot begraven is gemaakt, niet te verlengen. In dat geval wordt de rechthebbende in de gelegenheid gesteld elders op de begraafplaats een grafrecht te vestigen.

Verlenging bij bijzetting

Artikel 20

Wanneer in een eigen (urnen-)graf, bestemd tot het begraven van meerdere overledenen of hun asbussen een bijzetting plaats vindt, wordt een lopende termijn van het grafrecht

  • ingeval van bijzetting van een asbus/urn verlengd met een periode van tien jaren;
  • ingeval van een andere bijzetting dan van een asbus/urn verlengd met tien jaren, mits van het grafrecht reeds tien of meer jaren verstreken zijn. De verlengde periode is te rekenen vanaf de datum van bijzetting.

IV – Einde van de grafrechten

Artikel 21

De grafrechten vervallen:

  • door het verlopen van de gestelde termijn met inachtneming van het bepaalde in artikel 17;
  • indien de tarieven overeenkomstig artikel 39 van dit reglement niet binnen één jaar na het vestigen of het verlengen van het grafrecht zijn betaald.
  • indien een terreingedeelte, waarin zich de (urnen-)graven bevinden, aan de bestemming van begraafplaats wordt onttrokken of wanneer de begraafplaats niet meer als zodanig wordt geëxploiteerd, overeenkomstig artikel 16;
  • indien de aankondiging van het aflopen van de termijn van het grafrecht overeenkomstig artikel 17 bij het graf en bij de ingang van de begraafplaats aangeplakt is geweest en de rechthebbende gedurende die periode niet heeft gereageerd.
  • indien de rechthebbende het onderhoud van grafteken of beplanting verwaarloost en na sommatie weigert te doen herstellen of de herstelkosten te voldoen, overeenkomstig artikel 35;
  • indien de rechthebbende bij onderhandse verklaring afstand doet van een verkregen grafrecht. Wanneer nog geen gebruik werd gemaakt van het recht tot begraven kan een evenredige terugbetaling plaatsvinden.

V – Indeling van de begraafplaats en onderscheid van de graven

Indeling door bestuur

Artikel 22

Het bestuur behoudt zich het recht voor de aanleg en de indeling van de begraafplaats, de bestemming van de gravenvelden en het onderscheid in (urnen-)graven vast te stellen en te wijzigen.

Soorten van graven

Artikel 23

  1. Het bestuur verleent rechten op het tijdelijk gebruik van:
    • een eigen familiegraf in een vak, waarop toegelaten worden graftekens van het betreffende model. Bijzetting van asbussen of urnen is toegestaan.
    • een eigen enkel of dubbel graf in een vak, waarop toegelaten worden graftekens van het betreffende model. Bijzetting van een asbus of urn in een dubbelgraf is toegestaan
    • een eigen enkel of dubbel graf in een vak, waarop toegelaten worden graftekens na afzonderlijke goedkeuring. Bijzetting van een asbus of urn in een dubbelgraf is toegestaan.
    • een eigen kindergraf of een eigen graf voor een doodgeborene of een onvoldragen vrucht in een vak, waarop toegelaten worden graftekens na afzonderlijke goedkeuring. Bijzetting van een asbus of urn is niet toegestaan.
    • een eigen urnengraf in een urnengravenveld;
  2. De modellen graftekens worden omschreven in de voorschriften voor het toelaten van graftekens en grafbeplantingen, zoals voorzien in artikel 33.

Familiegraven

Artikel 24

Een familiegraf is bestemd voor het begraven van maximaal vier overledenen en/of asbussen/urnen. Er mogen niet meer dan drie overledenen boven elkaar worden begraven.

Alleen de als rechthebbende ingeschreven persoon kan degenen aanwijzen, die na overlijden in een familiegraf mogen worden begraven of bijgezet.

Enkele graven

Artikel 25

In een enkel graf mag geen bijzetting plaatsvinden.

Alleen de als rechthebbende ingeschreven persoon kan degene aanwijzen die na overlijden in een enkel graf wordt begraven.

Dubbele graven

Artikel 26

Een dubbel graf is bestemd voor het begraven van twee met namen aangeduide overledenen, dan wel één overledene en één asbus/urn. In een dubbel graf worden twee overledenen boven elkaar (niet naast elkaar) begraven.

Alleen de als rechthebbende ingeschreven persoon kan degenen aanwijzen, die na overlijden in een dubbel graf mogen worden begraven of bijgezet.

Kindergraven

Artikel 27

In een kindergraf wordt een overleden kind begraven dat niet ouder was dan 12 jaar.

Eigen urnengraf

Artikel 28

In een eigen urnengraf kunnen een of twee asbussen worden begraven.

Grafkelders

Artikel 29

Grafkelders worden uitsluitend toegelaten op de gravenvelden, als zodanig aangegeven in de Voorschriften op grond van artikel 33 en qua constructie in overeenstemming met deze Voorschriften. Vóór het aanbrengen van een grafteken dient een waarborgsom te worden
gestort overeenkomstig de tarieven als bedoeld in artikel 39.

VI – Asbussen

Bewaring van asbussen

Artikel 30

Asbussen kunnen op de begraafplaats bewaard worden door bijzetting:

  1. in een bestaand graf
  2. in een eigen urnengraf dat deel uitmaakt van een gravenveld van urnen
  3. op een bestaand graf in een urn, die hecht aan de ondegrond is verbonden
  4. in de urnenbewaarplaats van de begraafplaats.

Recht op het bewaren van een asbus

Artikel 31

De artikelen 9 tlm 16 zijn van overeenkomstige toepassing voor degenen die een recht willen vestigen op het bewaren van een asbus op de begraafplaats op een van de in artikel 30 genoemde wijzen.

Ruiming van asbussen

Artikel 32

Ruiming door het bestuur van een asbus na het vervallen van het recht op bewaren van de asbus geschiedt door verstrooiing van de as op een strooiveld.

VII – Graftekens en grafbeplantingen

Vergunning

Artikel 33

Het bestuur kan uitsluitend aan rechthebbenden vergunning verlenen om graftekens en/of beplantingen op eigen graven te doen aanbrengen. Deze moeten voldoen aan de ‘Voorschriften voor het toelaten van graftekens en grafbeplantingen’ behorende tot dit reglement (Bijlage 1)
en die door het bestuur zijn vastgesteld. Deze Voorschriften worden op verzoek door de beheerder aan iedere belanghebbende verstrekt.

Graftekens en/of beplantingen, die naar het oordeel van het bestuur niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften, worden door het bestuur geweigerd en kunnen na aangebracht te zijn door het bestuur op kosten van de rechthebbende worden verwijderd.

Risico schade aan graftekens

Artikel 34

  1. De graftekens worden door natrekking formeel eigendom van R.K. Begraafplaatsen H. Michaël. Het bestuur aanvaardt deze graftekens evenwel niet in beheer. Dit betekent dat de rechthebbende onverminderd verantwoordelijk blijft voor de voorwerpen die zich op de graven bevinden, alsmede voor het onderhoud, met inachtneming van het bepaalde in artikel 39.
  2. Schade aan graftekens ontstaan door storm, vandalisme en/of door op de begraafplaats uitgevoerde werkzaamheden door personeel van de begraafplaats wordt door het bestuur uitsluitend vergoed tot het bedrag waarvoor deze risico’s door de desbetreffende verzekeringsovereenkomsten van het bestuur worden gedekt.

Onderhoud graftekens en grafbeplanting

Artikel 35

  1. De graftekens en grafbeplantingen moeten ten genoegen van het bestuur worden onderhouden door de rechthebbenden. Onder behoorlijk onderhoud wordt mede verstaan het doen herstellen, vernieuwen of waterpas stellen van graftekens en/of beplanting.
  2. Wanneer naar het oordeel van het bestuur het onderhoud wordt verwaarloosd zal de rechthebbende schriftelijk worden gesommeerd dit herstel of onderhoud te doen plaatsvinden. Afschrift van deze sommatie wordt, als de rechthebbende onbereikbaar is, bij het graf en de ingang van de begraafplaats aangeplakt. Na een jaar is het bestuur gerechtigd ofwel het omschreven herstel of onderhoud op kosten van rechthebbende te doen plaatsvinden ofwel het grafteken en/of beplantingen op kosten van rechthebbende te doen verwijderen. Wanneer de rechthebbende verklaart deze kosten voor herstel onderhoud of verwijdering niet te willen voldoen, wanneer de rechthebbende deze kosten na uitvoering niet binnen drie maanden na factuurdatum aan het bestuur heeft voldaan of wanneer de rechthebbende in genen dele heeft gereageerd op de sommatie vervalt het grafrecht zonder dat een evenredige terugbetaling kan worden verlangd.
  3. De aangeplakte sommatie wordt eerst verwijderd indien de rechthebbende in het onderhoud voorziet of het grafrecht is vervallen.

Plaatsen, verwijderen, herplaatsen van een grafteken door rechthebbende

Artikel 36

Opdracht tot het plaatsen van een grafteken, tot het verwijderen van een grafteken voor een bijzetting en tot het herplaatsen daarvan na een bijzetting moet worden gegeven door de rechthebbende. Wanneer een verwijderd grafteken zich op de begraafplaats bevindt en niet binnen drie maanden na de bijzetting wordt herplaatst is het bestuur gerechtigd de delen daarvan van de begraafplaats te doen verwijderen en te doen vernietigen op kosten van de rechthebbende.

Tijdelijke verwijdering grafteken door de beheerder

Artikel 37

  1. Indien het vanwege het beheer van de begraafplaats naar het oordeel van de beheerder nodig is kunnen het grafteken en/of de beplanting van het graf van een rechthebbende op last van en voor rekening van het bestuur worden weggenomen en kan op het graf tijdelijk zand worden gedeponeerd. De rechthebbende wordt hiervan tevoren in kennis gesteld.
  2. Verwelkte bloemen en ontsierende voorwerpen kunnen door de beheerder zonder voorafgaande waarschuwing van de graven worden verwijderd.

Verwijdering graftekens na einde grafrecht

Artikel 38

Binnen drie maanden na het eindigen van het grafrecht kunnen grafteken en/of beplanting door de rechthebbende van het graf, in overleg met de beheerder, worden verwijderd. Na verloop van drie maanden wordt de rechthebbende geacht geen prijs te stellen op het weer in bezit nemen van grafteken en/of beplanting en is het bestuur gerechtigd deze te doen verwijderen en te doen vernietigen, zonder dat enigerlei vergoeding hiervoor jegens de rechthebbende verschuldigd is.

VIII – Tarieven en onderhoud

Tarieven

Artikel 39

  1. Voor het vestigen en verlengen van een grafrecht, voor bijzettingen, voor onderhoud en voor het verwijderen van graftekens en/of beplanting bij einde van de termijn waarvoor een grafrecht is aangegaan worden tarieven geheven. Deze zijn als volgt samengesteld:
    • een bedrag voor de werkzaamheden aan het (urnen-) graf
    • een bedrag voor het grafrecht
    • een bedrag ter bestrijding van de kosten van het door het bestuur uit te voeren algemeen onderhoud van de begraafplaats, voor de duur van het grafrecht
    • een bedrag ter bestrijding van de kosten van verwijdering en vernietiging van het grafteken en/of de grafbeplanting na het eindigen van het grafrecht.
  2. Het bestuur stelt een afzonderlijke lijst op van de voor de begraafplaats geldende tarieven.

Algemeen onderhoud

Artikel 40

Het bestuur zal zorg dragen dat de afrasteringen en/of ommuringen, de gebouwen, de paden, de groenvoorziening en de beplanting van de begraafplaats worden onderhouden. Tot dit onderhoud van de begraafplaats behoren de werkzaamheden aan de groenvoorziening en de beplanting rondom de graven, in zoverre deze niet overeenkomstig artikel 33 door de rechthebbende zijn aangebracht.

Beperking onderhoudsverplichting

Artikel 41

Het bestuur verplicht zich aan het in artikel 40 omschreven onderhoud te besteden maximaal de bedragen, die uit de tarieven op grond van artikel 39 voor onderhoud zijn verkregen en daarvoor per jaar beschikbaar zijn, alsmede eventueel van overheidswege daarvoor verkregen subsidies.

Deze beperking van de onderhoudsverplichting geldt in het bijzonder na sluiting of gesloten verklaring van de begraafplaats.

Ruiming van graven en as bussen

Artikel 42

Het bestuur heeft het recht de (urnen-)graven en de in de urnenbewaarplaats bewaarde asbussen, waarvan de rechten meer dan drie maanden vervallen zijn, te doen ruimen, met in achtneming van de wettelijke termijn.

IX – Overgangsbepaling

Artikel 43

  1. Voor in het verleden verleende grafrechten waarvan de tijdsduur niet meer aantoonbaar vast te stellen was, heeft het reglement van Weersela 1979 , van Rossum 1989, van
    Deurningen 1993 en van Saasveld 1996 de termijn gesteld op 20 jaren na inwerkingtreding van dat reglement. Het huidige reglement vervangt dit reglement en gaat uit van het toen bepaalde ten aanzien van de genoemde grafrechten. Het tariefonderdeel voor het grafrecht, zoals bedoeld in artikel 39, lid 1 sub b, is derhalve gedurende deze periode niet verschuldigd.
  2. Rechthebbenden met een grafrecht dat aantoonbaar voor onbepaalde tijd is verleend, zijn niet het tariefonderdeel verschuldigd voor het grafrecht, zoals bedoeld in artikel 39, lid 1, sub b.

X – Slotbepalingen

Sluiting van een begraafplaats

Artikel 44

Het bestuur behoudt zich het recht voor de begraafplaats voor begravingen en voor het bewaren van asbussen te sluiten of gesloten te doen verklaren. Uitsluitend de betalingen voor begravingen, waarvan nog geen gebruik is gemaakt, worden daarna door het bestuur aan .
rechthebbende gerestitueerd.

Het bestuur is niet aansprakelijk voor opgravings- en overplaatsingskosten van resten en/of graftekens naar een andere begraafplaats.

Klachten

Artikel 45

Belanghebbenden kunnen omtrent feitelijke handelingen betreffende de begraafplaats bij het bestuur een schriftelijke klacht indienen. Het bestuur zal binnen dertig dagen na ontvangst van de klacht beslissen en de klager schriftelijk daarvan in kennis stellen.

Onvoorzien

Artikel 46

In gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist het bestuur.

Vervallenverklaring eerdere reglementen

Artikel 47

Het bestuur herroept de bepalingen en voorschriften van eerdere reglementen, de begraafplaatsen betreffende en stelt dit reglement daarvoor in de plaats.

Wijziging reglement

Artikel 48

Dit reglement heeft de goedkeuring van de bisschop van Utrecht. Het bestuur is gerechtigd dit reglement te wijzigen. Wijzigingen in dit reglement behoeven eveneens de goedkeuring van genoemde bisschop. De rechthebbenden worden van de wijzigingen in kennis gesteld.

Dit reglement is vastgesteld in de vergadering van het bestuur d.d. 1 juni 2011 en goedgekeurd door de bisschop van Utrecht d.d. 29 augustus 2011, referentienummer 2011.03848, en van toepassing verklaard met ingang van 1 september 2011.

Utrecht, 29 augustus 2011

De diocesane bisschoppen van de Nederlandse R.-K. Kerkprovincie:

  • W.J. Eijk – aartsbisschop van Utrecht
  • F.J.M. Wiertz – bisschop van Roermond
  • A. H. van Luyn – bisschop van Rotterdam
  • J.H.J. van den Hende – bisschop van Breda
  • J.M. Punt – bisschop van Haarlem en militair ordinaris
  • A.L.M. Hurkmans – bisschop van ‘s-Hertogenbosch
  • G.J.N. de Korte – bisschop van Groningen-Leeuwarden

Kijk op de volgende pagina voor bijlage 1.